Helft Brusselse ambtenaren woont niet in Brussel

“Overheid voor de Brusselaars, maar te weinig door de Brusselaars” - Elke Roex (sp.a)

Vrijdag 17 juli 2015 — Iets meer dan de helft van de arbeidsplaatsen in Brussel wordt ingenomen door pendelaars. Volgens cijfers opgevraagd door Brussels Parlementslid Elke Roex blijkt dit niet veel anders voor de Gewestelijke overheidsdiensten. Dit moet dringend veranderen, de overheid moet het voorbeeld geven.

Het aantal inwoners uit Brussel dat werkzaam is binnen de eigen Gewestelijke overheidsdiensten blijkt volgens de beschikbare cijfers op 54,4% te liggen. 

De scores zijn erg verschillend per overheidsdienst. Net Brussel doet het bijvoorbeeld zeer goed met 70% tewerkstelling. De MIVB daarentegen, een overheidsbedrijf met nochtans een heel Brussels imago, scoort met 54% laag. Ook blijken de Gewestelijke administratie en de GGC erg laag te scoren met minder dan de helft van hun werknemers. De gegevens van het BISA tonen bovendien aan dat dit aandeel voor de Gewestelijke administratie gedurende 20 jaar redelijk onveranderd is gebleven.

Dit is problematisch om verschillende redenen. Ten eerste, kampt Brussel met hoge werkloosheidscijfers en verwacht ik dat de overheid het goede voorbeeld toont. Als zelf de eigen overheid haar inwoners niet aanneemt, hoe kan ze dan verwachten dat de privésector dat wel doet.  Ten tweede, moet de overheid haar bevolking weerspiegelen om evidente redenen. Nu wordt het Brussels beleid voor een groot deel uitgedacht en uitgevoerd door mensen die hier zo snel mogelijk weer weg willen eenmaal 5 uur in de namiddag. Niet dat ze nu geen goed werk leveren, maar misschien kan dit nog beter met inwoners die voeling en praktijkervaring hebben met Brussel, en die alleszins een direct belang hebben in het welvaren van onze stad” , aldus Roex

Wanneer men bij de grotere werkgevers (geen gegevens MIVB) gaat kijken naar de onderverdeling tussen de verschillende aanwervingsniveaus kan men vaststellen dat er toch significante verschillen bestaan tussen de hogere en de lagere niveaus, en meer bepaald tussen A (universitair) en D (secundair onderwijs).

“Nochtans zou men juist meer Brusselaars moeten aanwerven binnen deze lagere niveaus, zowat 65 % van de werkzoekenden in Brussel heeft geen diploma secundair. En het is natuurlijk ook niet zo dat het hier om moeilijke te rekruteren profielen gaat die men buiten het Gewest moet gaan halen. Juist hier kunnen we een verschil maken voor onze inwoners ” aldus Roex

De meeste voorkomende verklaringen voor dit onevenwicht wijten de beleidsmakers aan een gebrek aan competenties en taalkennis bij de Brusselse bevolking, maar ook aan het feit dat vele Brusselaars op een bepaald moment verhuizen naar een woning buiten de stad. Daarnaast stelt men dat er niet gediscrimineerd kan worden op basis van woonplaats. Volgens Elke Roex zijn dit stuk voor stuk hindernissen die met een gepast beleid aangepakt kunnen worden:

Men kan bijvoorbeeld in de vacatures perfect een vereiste opnemen met de vraag naar een zekere interesse en voeling  met de Brusselse leefwereld en dit dan voldoende laten doorwegen. 

De regering moet nu ook snel tonen dat het haar menens is om meer Brusselaars te werk te stellen binnen de eigen diensten, zoals ook vooropgesteld in strategie 2025. Met name er voor zorgen dat alle overheidsdiensten instappen in de jeugdgarantie; dat er opleidingen on the job worden aangeboden; dat men het aanleren van de tweede landstaal stimuleert en dat men vooral eindelijk ook eens werk maakt van de elders verworven competentie. Dat diplomafetisjisme is niet meer van deze tijd. Ik zal dit dossier hoe dan ook nauwgezet blijven opvolgen en er ten gepaste tijden zelf een vooruitgangsrapport over publiceren”, aldus Roex

 

Elke Roex Brussels Parlementslid at sp.a fractie BHG – RVG