Steeds minder geld voor taalcheques Actiris

Vrijdag 6 oktober 2017 — Op drie jaar tijd zijn de uitgaven voor de taalcheques van Actiris met een derde afgenomen, van 5,7 naar 3,8 miljoen. Tegelijkertijd is de vraag naar tweetalige werknemers groot op de Brusselse arbeidsmarkt. Dat vraagt juist om meer investeringen in taalcursussen, niet minder. Dat stelt Brussels parlementslid Hannelore Goeman (sp.a).

Mensen die zijn ingeschreven als werkzoekenden bij Actiris kunnen een cheque aanvragen om gratis een taalcursus te volgen. Dit systeem van taalcheques is onlangs grondig hervormd.

Sinds de hervorming volgen meer cursusisten een opleiding in groep, en dat kost minder dan de individuele opleiding van vroeger. Bovendien stagneert het aantal cursisten rond 8000 per jaar. Dus ook daar is geen extra kost. Hannelore Goeman (sp.a) vraagt zich dan ook af waarom het het vrijgekomen budget niet geïnvesteerd wordt in meer taalcursussen: 

“Een derde van het budget laat men onaangeroerd, terwijl de noden allesbehalve afnemen, dat slaat toch nergens op? Voor elke werkzoekende die we kennis van de tweede landstaal aanleren, verhogen we zijn kansen op de arbeidsmarkt.”

Dat de nood groot is, blijkt uit cijfers van Actiris. Slechts 22,3% van de werkzoekenden geeft aan over een gemiddelde kennis van de tweede landstaal te beschikken. Voor een goede kennis is dat zelf maar 7%. Daartegenover staat dat 42% van alle vacatures die Actiris ontvangt de kennis van de twee landstalen noodzakelijk is.

Hannelore Goeman: “Er is dus een duidelijke scheefgroei tussen wat werkgevers verwachten en wat de meeste werkzoekende Brusselaars kunnen aanbieden. Werkgevers gaan dan al sneller een tweetalige pendelaar aannemen. We moeten dus een tandje bijsteken in plaats van minder te investeren.

Hannelore Goeman